Meeuw
In de context waarbinnen mute plaatsvindt, de stadse hektiek van de lokatie, is de keuze voor videokunstenaar Allard Zoetman (1977) beslist geen toevallige. Vaak vindt Zoetman zijn werk op straat. Zo observeerde hij voor Homo Ecco, part II een groep kinderen spelend met een aantal in stervorm aan elkaar gekoppelde winkelwagentjes. Het tafereel van de kinderen in de zo geïmproviseerde draaimolen is vertederend, maar ook rauw en ongepolijst. In een ander werk, Hooker, volgt hij vanuit een auto een door de straten van Los Angeles flanerende prostitué.
Beide werken ogen in eerste instantie documentair en wellicht zelfs sociaal bewogen. Zoetman toont wat hij vindt, maar manipuleert het beeld wel degelijk: hij vertraagt de beweging, corrigeert licht, kleur en contrast. Laat je de beelden verder op je inwerken, dan wordt de inhoud naar achteren gedrukt, maar wat blijft is de pure schoonheid en poëzie van het beeld, beweging wordt choreografie, het videowerk wordt een steeds veranderend schilderij. Zoetman speelt een subtiel spel met authenticiteit, manipulatie, werkelijkheid en esthetiek.
Juist voor de stadse omgeving van Mute haalt hij zijn werk niet van straat, maar gaat hij naar het strand. In het voor dit project gemaakte werk Meeuw, filmt hij vanuit kikvorsperspektief een aantal rondcircelende meeuwen tegen een overweldigende wolkenlucht. De wijze waarop hij licht en kleur heeft gemanipuleerd geven het werk de textuur van een computeranimatie, toch is het de werkelijke wereld die hij toont. Het werk oogt tegelijkertijd bombastisch en verstild. Deze frictie tussen werkelijkheid en manupilatie, en het contrast tussen de drukke, stadse omgeving van Mute en deze stille film, maken het werk surrealistisch en onheilspellend.
