Beeldend kunstenaar Jochem van der Spek gaat met het werk niet zozeer in op de context van de mute-projectie: de omstandigheden van de drukte van het kruispunt en het passerend verkeer laat hij links liggen maar maakt juist gebruik van de tijd die het wachtende publiek heeft. In het witte projectievlak, dat begrensd wordt door het dak, de gevel en het kleine raampje in het midden, laat hij één wit vlak ‘vallen’. Geheel bepaald door de omstandigheden zoals ze door de kunstenaar zijn vastgesteld vervolgt het tijdens de loopperiode van mute zijn leven: het valt op de grond, stuitert omhoog en tegen de zijwanden en lijkt te proberen over het raampje –net uit het midden van het vlak- heen te springen. Het werk zal een wonderlijke choreografie vertonen, een ‘dansend’ vlak. De virtuele wereld die van der Spek op deze wijze creeert is volkomen exact, klinisch, verschoond van elke onvolkomenheid of toeval, maar toch komt het personage, het geometrische witte vlak, erin tot leven: het lijkt een eigen identiteit te krijgen, de beschouwer identificeert zich met hem.
Het is juist dit spanningsveld, tussen de steriele virtuele wereld en het organische gedrag van het personage, wat het werk van Jochem van der Spek zo doet verwonderen.
